TCM Campus

Alle lessen   Module 5: Verdieping   Les 4

Module 5   Les 4   Jia Xiang

Wat tong en pols maskeert

Wat veranderen medicatie, leefstijl, een pacemaker en een ritmestoornis aan tong en pols, en wat kun je dan nog wel lezen?

Na deze les vraag je vóór elke duiding naar middelen en gewoonten, weet je per masker welk kenmerk het verandert (lichaam, beslag, vocht, tempo, ritme, kracht), herken je de rode vlaggen die achter een masker schuilen, en lees je wat het masker niet raakt.

Masker lichaam kleur, vorm beslag kleur, dikte vocht nat, droog tempo trager, sneller ritme regelmaat kracht en vorm tong pols Medicatie bètablokker verapamil, diltiazem digoxine schildkliermiddel luchtwegverwijder corticosteroïden antibiotica ijzer, bismut chloorhexidine chemotherapie middel dat de mond droog maakt Leefstijl roken koffie, thee alcohol kleurend eten, snoep duursport Hart pacemaker boezemfibrilleren verandert vaak soms, of via een omweg leeg: raakt dit kenmerk zelden
Schematisch, geen meting: welk kenmerk een masker het vaakst verandert. Medische werking: algemene geneeskunde; kleuring van het beslag: leerboek. Een lege cel betekent niet dat het nooit gebeurt, wel dat het niet het eerste is waar je op let.

Uit het hoofd

  • Eerst vragen. Wat slikt, rookt, drinkt en traint de cliënt, wat zat er het laatste uur in de mond, en heeft hij een pacemaker of een ritmestoornis? ezelsbrug: slikken, roken, drinken, trainen, tikken.
  • Tempo maskeert het eerst. Trager: bètablokkers, verapamil en diltiazem, digoxine, duursport, te weinig schildklierhormoon. Sneller: te veel schildklierhormoon, luchtwegverwijders, koffie, roken, alcohol, koorts; ezelsbrug: remmers remmen, prikkels jagen.
  • Ritme is eerst medisch. Een pacemaker geeft een gelijkmatige pols met een vaste ondergrens; boezemfibrilleren een onregelmatig onregelmatige. Benoem dan geen kwaliteit; nieuw onregelmatig: ECG; ezelsbrug: een metronoom is techniek, chaos is een ECG.
  • Beslag kleurt het makkelijkst. Koffie, thee, roken, curcuma, drop en snoep kleuren; ijzer en bismut maken zwart, chloorhexidine bruin; antibiotica en roken geven een zwarte harige tong; puffers en antibiotica geven spruw, die je kunt afvegen; ezelsbrug: eerst de mond, dan de Maag.
  • Lichaam en vocht. Chemotherapie verandert het lichaam zelf (rood, pijnlijk, zweertjes, glad); middelen die de mond droog maken, maken de tong droog; ezelsbrug: droog is pas Yin-leegte als geen middel het verklaart.
  • Lees wat het masker niet raakt. Bij een tempomasker: diepte, breedte, kracht, vorm en de posities. Bij een beslagmasker: kleur, vorm en vocht van het lichaam. En weeg de anamnese zwaarder; ezelsbrug: het masker zit op één laag.
  • Rode vlaggen. Nieuw onregelmatig: ECG. Traag met duizeligheid: dezelfde dag; digoxine met misselijkheid of geel zien: direct de huisarts; traag met flauwvallen: 112. Koorts tijdens chemotherapie: direct het behandelteam. Een middel stoppen of wijzigen is aan de voorschrijver.

De rest van deze les is naslag.

Drie oefenvragen uit deze les

Welke vragen stel je vóór je een tong of pols duidt?
  1. Middelen, roken, drinken, training, het laatste uur in de mond, en pacemaker of ritmestoornis
  2. Hoe lang de klacht al bestaat en waar hij zit; naar middelen vraag je pas na het duiden
  3. Of de cliënt nuchter is en goed sliep; gewoonten tellen pas als de pols afwijkt

Antwoord: Middelen, roken, drinken, training, het laatste uur in de mond, en pacemaker of ritmestoornis. Elk van die vragen sluit een bekend masker uit. Ezelsbrug: slikken, roken, drinken, trainen, tikken.

Een cliënt gebruikt metoprolol. Zijn pols is 52 per minuut, verder diep en zwak, vooral op chi. Wat doe je met het tempo?
  1. Opschrijven met 'onder bètablokker'; diepte, kracht en positie lees je wel
  2. Als Koude lezen: traag en diep op chi wijst samen op Nier-Yang-leegte
  3. De hele pols weglaten: het middel maakt elk kenmerk onbetrouwbaar

Antwoord: Opschrijven met 'onder bètablokker'; diepte, kracht en positie lees je wel. Een bètablokker verschuift het tempo, niet de diepte, de kracht of de verhouding tussen de posities. Die lees je wel; zo blijft de rest van de pols bruikbaar.

Welk middel maakt de pols eerder sneller dan trager?
  1. Te veel levothyroxine (schildklierhormoon)
  2. Verapamil (bij hoge bloeddruk of een ritmestoornis)
  3. Digoxine (vooral bij boezemfibrilleren)

Antwoord: Te veel levothyroxine (schildklierhormoon). Te veel levothyroxine geeft een snellere, vollere pols en hartkloppingen. Verapamil en digoxine maken de pols trager.

De rest van deze les

In de cursus volgen de uitleg in stappen met getekende tongen en polsgolven, 16 oefenvragen met casussen, 19 flashcards met gespreide herhaling, de valkuilen, de brug naar de fysiologie en de beeldtrainer. Deze les hoort bij module 5: Verdieping.