Alle lessen Module 1: Tong Les 3
Vorm, omvang en beweging
Wat zeggen dikte, lengte, randen en beweging van de tong?
Na deze les lees je de vorm van de tong langs drie vragen (te weinig, te veel of Wind), duid je dun, gezwollen, deels gezwollen, tandafdrukken, lang en kort steeds samen met de kleur, herken je stijf, slap, trillend en scheef, weet je welke westerse buren tandafdrukken en een grote tong hebben, en welke vormen en bewegingen eerst neurologie of spoed zijn.
Uit het hoofd
- Drie vragen. Te weinig (dun, slap, bleek en trillend), te veel (gezwollen, tandafdrukken, lang), of Wind (scheef, rood en trillend, stijf); ezelsbrug: een tekort krimpt, een teveel zwelt, Wind beweegt.
- Dun. Te weinig substantie om de spier te vullen: bleek en dun is Bloed-leegte, rood en dun is Yin-leegte met Lege Hitte.
- Gezwollen. Te veel: Vocht of Slijm. Bleek en nat: Yang-leegte die het vocht niet omzet. Rood: Hitte, vaak met Vocht of Slijm. Deels gezwollen: lees de zone.
- Tandafdrukken. De Milt houdt de vorm niet: Milt-Qi-leegte, vaak met Vocht. Westerse buren: een grote tong in een kleine kaak, klemmen, slaapapneu, een trage schildklier; ezelsbrug: de tanden drukken pas als de tong de ruimte niet meer houdt.
- Lengte. Lang en rood: Hitte, vooral in het Hart. Kort of ingetrokken: bleek en nat is Koude die samentrekt, rood en droog is extreme Hitte. Een kort tongriempje is aanleg.
- Spanning en beweging. Stijf: Wind, Hitte of Slijm. Slap: ernstige leegte (bleek Qi en Bloed, rood Yin). Trillend: bleek leegte, rood Lever-Wind. Scheef: Wind.
- Rode vlaggen. Plots scheef, stijf of slap met spraak- of krachtverlies: 112. Plots opgezet met slik- of ademnood: 112. Een tong die dunner wordt of in rust rimpelt, met slikproblemen: huisarts. Altijd groot bij iemand die traag, kouwelijk en zwaarder werd: TSH.
De rest van deze les is naslag.
Drie oefenvragen uit deze les
Wat is de logica achter dun tegenover gezwollen?
- Dun is te weinig substantie; gezwollen is iets dat zich ophoopt
- Dun is Hitte, gezwollen is Koude: de temperatuur bepaalt de vorm
- Dun is acuut, gezwollen is chronisch: de tong groeit mee met de duur
Antwoord: Dun is te weinig substantie; gezwollen is iets dat zich ophoopt. Een tekort krimpt, een teveel zwelt: gezwollen is Vocht of Slijm dat zich ophoopt. De kleur zegt welk tekort (Bloed of Yin) of wat er bij het teveel hoort (Yang-leegte of Hitte); de vorm zelf zegt niet de temperatuur of de duur.
Casus. Vrouw van 47, zwaar en moe, opgeblazen na het eten, kleverige ontlasting die moeilijk wegspoelt. Tong bleek, gezwollen, tandafdrukken, kleverig wit beslag.
- Milt-leegte met Vocht
- Yin-leegte met Lege Hitte
- Lever-Vuur
Antwoord: Milt-leegte met Vocht. Bleek en afdrukken: de Milt is zwak. Gezwollen en kleverig: Vocht dat blijft liggen. Zwaarte en kleverige ontlasting bevestigen het.
Casus. Man van 58, al maanden nachtzweten en een droge mond 's nachts. Tong rood, dun, droog, zonder beslag.
- Yin-leegte met Lege Hitte
- Volle Hitte die het vocht verbruikt
- Lever-Bloed-leegte
Antwoord: Yin-leegte met Lege Hitte. Rood en dun is te weinig Yin om te vullen en te koelen; zonder beslag is de Hitte leeg. Volle Hitte laat beslag achter; bleek en dun zou Bloed-leegte zijn.
De rest van deze les
In de cursus volgen de uitleg in stappen met getekende tongen en polsgolven, 17 oefenvragen met casussen, 19 flashcards met gespreide herhaling, de valkuilen, de brug naar de fysiologie en de beeldtrainer. Deze les hoort bij module 1: Tong.