Alle lessen Module 5: Verdieping Les 8
Volgen, verslag en blijven oefenen
Hoe volg je een beeld in de tijd, en hoe train je je oog en je vingers verder?
Na deze slotles schrijf je een tong- en polsverslag dat een collega kan lezen, volg je een beeld over consulten onder vaste omstandigheden en weet je welke verandering je wanneer mag verwachten, weet je wat onderzoek zegt over de betrouwbaarheid van tong en pols en wat die verhoogt, en heb je een oefenplan van dertig dagen met de beeldtrainer. Het kijken en voelen zelf oefen je verder met mensen, onder begeleiding van een docent.
Uit het hoofd
- Het verslag. Omstandigheden; tong (kleur, vorm, beweging, tekens, beslag, vocht, onderkant, zone); pols (per kant en positie de acht kenmerken, tempo per minuut, dan pas een naam); de duiding apart, als hypothese met een buur; ezelsbrug: eerst wanneer, dan wat, dan wat het betekent.
- Vergelijkbaar meten. Zelfde tijdstip, licht, rust en voorbereiding; foto's met dezelfde telefoon, afstand en een wit kaartje; vergelijk op foto vooral het beslag; ezelsbrug: zelfde licht, zelfde tijd, zelfde woorden.
- Wat verandert wanneer. Pols in dagen (eerst tempo en spanning, de wortel pas in weken); beslag in dagen tot weken; tonglichaam in weken tot maanden; een scheur van aanleg niet.
- Gunstig of niet. Klachten, tong en pols bewegen dezelfde kant op: gunstig. Klachten beter, tong en pols niet: geduld, en na enkele weken de duiding opnieuw bekijken. Iets slechter of een nieuwe vlag: terug naar trede 0.
- Betrouwbaarheid. Eenvoudige kenmerken (is er beslag, een scheur, het ritme) gaan het best; namen en patronen het slechtst; tongkleur en glad beslag op foto zijn over dagen het minst stabiel.
- Hoe je het verhoogt. Vaste woorden; kenmerken vóór namen; blind kalibreren met een collega en dan vergelijken; vaste foto-omstandigheden; gespreid oefenen in plaats van alles in één keer.
- In het echt. Het kijken en voelen zelf oefen je met mensen, onder begeleiding van een docent; deze cursus traint het lezen en het redeneren.
De rest van deze les is naslag.
Drie oefenvragen uit deze les
Wat hoort er bovenaan een tong- en polsverslag, nog vóór de tong?
- De omstandigheden: tijd, licht, rust, eten, medicatie
- De duiding: het patroon als hypothese, met zijn buur ernaast
- Het principe: wat de behandeling eerst moet bereiken
Antwoord: De omstandigheden: tijd, licht, rust, eten, medicatie. Zonder de omstandigheden (tijd, licht, rust, eten, koffie, medicatie, cyclus) kan niemand een volgende meting ernaast leggen: een pols na koffie of een tong onder ander licht is een andere meting. De duiding staat onderaan, op een eigen regel.
Waarom staat de duiding op een eigen regel?
- Zodat de beschrijving controleerbaar blijft
- Omdat de duiding het belangrijkste deel van het verslag is
- Zodat een collega alleen de duiding hoeft te lezen
Antwoord: Zodat de beschrijving controleerbaar blijft. De beschrijving kan een collega nazien; de duiding is jouw redenering erover: een hypothese, met een buur en wat nog moet beslissen.
Casus. Je vergelijkt tongfoto's van week 0 en week 6. De tweede is met een andere telefoon onder tl-licht gemaakt, en de tong lijkt roder. Wat concludeer je?
- Niets over de kleur; vergelijk alleen het beslag
- De Hitte is toegenomen, want het lichaam is roder
- De behandeling slaat niet aan, want de kleur had moeten zakken
Antwoord: Niets over de kleur; vergelijk alleen het beslag. Tongkleur op foto is over dagen al wankel (kappa 0,22, Wang 2020); met ander licht en een andere camera zegt een kleurverschil niets. Maak voortaan foto's onder vaste omstandigheden: zelfde telefoon, afstand, licht en een wit kaartje.
De rest van deze les
In de cursus volgen de uitleg in stappen met getekende tongen en polsgolven, 16 oefenvragen met casussen, 15 flashcards met gespreide herhaling, de valkuilen, de brug naar de fysiologie en de beeldtrainer. Deze les hoort bij module 5: Verdieping.