Alle lessen Module 1: Tong Les 6
Vocht, verloop en de tong in de tijd
Wat zeggen nat en droog, en hoe lees je een tong die verandert?
Na deze les onderscheid je vijf graden van vocht en het verschil tussen nat en kleverig, lees je elke verandering van het beslag als gunstig, ongunstig of let op, weet je wat er in de eerste weken van een behandeling als eerste verandert, maak je volgfoto's die je kunt vergelijken, en herken je wat seizoen, tijdstip, leeftijd, roken en medicatie aan een normale tong veranderen.
Uit het hoofd
- Vijf graden van vocht. Licht vochtig: normaal. Nat: Yang-leegte of Vocht. Druipend: Yang-leegte met water dat blijft staan. Droog: Hitte die het vocht verbruikt, of Yin-leegte. Ruw als schuurpapier: de vloeistoffen zijn ernstig beschadigd; ezelsbrug: van druppel naar schuurpapier; hoe droger, hoe dieper de schade.
- Nat is niet kleverig. Nat is water op de tong; kleverig is een laag die vastzit (Vocht of Slijm). Ze kunnen samen voorkomen. Schrijf het woord glibberig nooit zonder uitleg.
- Het verloop. Gunstig: dik naar dun met wortel, geel naar wit, droog naar vochtig, kaal dat dun wit aangroeit. Ongunstig: dun naar dik, vochtig naar droog, plots weg zonder dat er iets terugkomt. Let op: wit naar geel; ezelsbrug: de ziekte komt binnen via dik, geel en droog, en gaat weg via dun, wit en vochtig.
- Wat eerst verandert. Het vocht in minuten tot dagen, het beslag in dagen tot weken, kleur en vorm in weken tot maanden, een scheur van altijd misschien nooit. Bij een acute ziekte lees je vooral het beslag, bij een chronische vooral het lichaam.
- Volgen. Vooruitgang is een beslag dat dunner wordt en geworteld blijft, een tong die vochtig wordt en een kleur die langzaam naar lichtrood schuift. Vergelijk op hetzelfde tijdstip, zonder schrapen of poetsen, en vertrouw het beslag meer dan de kleur.
- Normaal maar anders. Zomer iets dikker en lichtgeel beslag, herfst droger, winter vochtiger; in de loop van de dag dunner beslag en een roder lichaam; bij kinderen laat het beslag makkelijk los; roken kleurt en droogt; ezelsbrug: seizoen, klok, leeftijd, rook, pil.
- Rode vlaggen. Droog met weinig plassen of duizeligheid, zeker na braken of diarree: dezelfde dag; suf of verward: direct de huisarts. Plots kaal en dieprood met hoge koorts of sufheid: direct de huisarts. Altijd een droge mond met droge ogen, of droog sinds een nieuw medicijn: huisarts.
De rest van deze les is naslag.
Drie oefenvragen uit deze les
Casus. Vrouw van 76, sinds drie dagen diarree, ze drinkt weinig, is duizelig bij opstaan en plast minder. Haar tong is droog en voelt wat ruw. Wat doe je eerst?
- Dezelfde dag de huisarts: verdenking op uitdroging
- Yin voeden: de tong is droog; over een week opnieuw kijken
- Binnen een week de huisarts voor een glucose
Antwoord: Dezelfde dag de huisarts: verdenking op uitdroging. Droog met weinig plassen en duizeligheid na diarree is bij een oudere eerst uitdroging, en dat kan niet een week wachten; bij suikerziekte plast iemand juist meer. De TCM-duiding komt daarna.
Twee bleke, gezwollen, natte tongen. Op de eerste ligt een dun wit laagje; op de tweede een dikke, witte laag die vastzit en niet wegschuift. Wat zegt het verschil?
- De eerste is Yang-leegte; de tweede Yang-leegte met Vocht erop
- De eerste is Vocht; de tweede Yang-leegte zonder pathogeen
- Geen verschil: beide zijn Volle Koude, de laag is bijzaak
Antwoord: De eerste is Yang-leegte; de tweede Yang-leegte met Vocht erop. Nat is water dat niet wordt omgezet; een kleverige laag die vastzit is Vocht. Bij de tweede tong spelen dus leegte en Vocht samen.
Een tong is droog. Een andere is droog én voelt ruw als fijn schuurpapier. Wat betekent ruw?
- Erger dan droog: de vloeistoffen zijn ernstig beschadigd
- Kleverig Vocht dat zich ophoopt en ruw aanvoelt
- Niets extra: ruw en droog zijn hetzelfde, anders beschreven
Antwoord: Erger dan droog: de vloeistoffen zijn ernstig beschadigd. In de Chinese leerboeken volgt ruw op droog: langdurige of sterke Hitte die het vocht bijna heeft opgemaakt.
De rest van deze les
In de cursus volgen de uitleg in stappen met getekende tongen en polsgolven, 16 oefenvragen met casussen, 19 flashcards met gespreide herhaling, de valkuilen, de brug naar de fysiologie en de beeldtrainer. Deze les hoort bij module 1: Tong.