Alle lessen Module 1: Tong Les 8
Tongbeelden per patroon
Welke tong hoort bij welk patroon, en welke tongen lijken op elkaar?
Na deze les lees je een tong in twee stappen (eerst de substantie, dan de plek), ken je de tong van vier leegtes, zes voltes en ruim veertig orgaanpatronen, noem je bij elk patroon de buur die erop lijkt en de bevinding die beslist, en weet je welke patronen de tong niet kan scheiden. Module 4 legt per orgaan de pols ernaast.
Uit het hoofd
- Twee stappen. Eerst de substantie (kleur, vorm, vocht, beslag), dan de plek (zone); ezelsbrug: de kleur is de substantie, het beslag is de gast, de plek is het adres.
- Vier leegtes. Qi: bleek, vaak maar licht. Yang: bleek, nat, gezwollen. Bloed: bleek, dun, iets droog. Yin: rood zonder beslag; vroeg nog normaal van kleur zonder beslag.
- Zes voltes. Volle Hitte: rood met geel beslag. Volle Koude: dik wit beslag. Vocht: kleverig. Slijm: gezwollen met dik kleverig beslag. Qi-stagnatie: normaal of rode zijkanten. Bloedstase: paars, dikke venen eronder; blauwpaars met Koude, roodpaars met Hitte.
- De plek kiest het orgaan. Rodere punt: Hart. Rode, bleke of paarse zijkanten: Lever. Midden: Maag (kaal: Yin; dik droog geel: Hitte). Wortel: Nier en Blaas. Voorste deel: Long.
- Vijf paren. Lever-Vuur droog geel, Vocht-Hitte in Lever en Galblaas kleverig geel. Hart-Vuur geel beslag, Hart en Nier weinig beslag. Milt-Qi niet nat, Milt-Yang nat. Milt met Vocht dun kleverig, Slijm-Vocht dik en gezwollen. Long-Yin rood en kaal, Long-Droogte droog bij een normale kleur.
- Wat de tong niet scheidt. Milt-Yang, Nier-Yang en Hart-Yang delen één tong; Hart-Bloed en Lever-Bloed bijna; Lever overheerst Milt heeft geen vaste tong; Wind-Koude en Lever-Qi-stagnatie laten de tong vaak normaal; ezelsbrug: de tong kiest de substantie, de anamnese kiest het orgaan.
- Rode vlaggen. Elk tongbeeld heeft een westerse dubbelganger: bleek en dun (Hb, ferritine), groot, bleek en nat (TSH), glad, rood en kaal (B12, ijzer, foliumzuur), paars met dikke venen (bloeddruk), blauw met benauwdheid (112).
De rest van deze les is naslag.
Drie oefenvragen uit deze les
Twee rode tongen met rodere zijkanten. De ene draagt een droog geel beslag, de andere een kleverig geel beslag. Welke is welke?
- Droog: Lever-Vuur; kleverig: Vocht-Hitte in Lever en Galblaas
- Droog: Vocht-Hitte in Lever en Galblaas; kleverig: Lever-Vuur
- Beide Lever-Yang-stijging, want de zijkanten zijn rood
Antwoord: Droog: Lever-Vuur; kleverig: Vocht-Hitte in Lever en Galblaas. De kleur en de plek zeggen Hitte bij de Lever; het beslag zegt of er Vocht bij zit: kleverig is Vocht, droog is Hitte die het vocht verbruikt.
Casus. Vrouw van 47 slaapt slecht door, droomt veel, heeft hartkloppingen, nachtzweten en oorsuizen. Tong rood met een rodere punt en weinig beslag. Welk patroon?
- Hart en Nier niet in harmonie
- Hart-Vuur
- Nier-Yin-leegte zonder Hart-tekens
Antwoord: Hart en Nier niet in harmonie. Rood met weinig beslag is Lege Hitte; de rodere punt en de hartkloppingen laten het Hart meedoen; oorsuizen en nachtzweten de Nier. Hart-Vuur heeft geel beslag.
Casus. Man van 63, kouwelijk, koude onderrug, gaat 's nachts drie keer plassen. Tong bleek, nat, gezwollen. Wat scheidt hier Nier-Yang van Milt-Yang?
- De anamnese en de pols op chi, niet de tong
- De natheid: bij de Nier is de tong natter
- De kleur: bij de Nier is de tong paarser
Antwoord: De anamnese en de pols op chi, niet de tong. Milt-, Nier- en Hart-Yang-leegte delen dezelfde tong. Onderrug, nachtelijk plassen en een diepe zwakke pols op chi kiezen de Nier. Nachtelijk plassen eerst langs de huisarts.
De rest van deze les
In de cursus volgen de uitleg in stappen met getekende tongen en polsgolven, 16 oefenvragen met casussen, 19 flashcards met gespreide herhaling, de valkuilen, de brug naar de fysiologie en de beeldtrainer. Deze les hoort bij module 1: Tong.