Alle lessen Module 2: Pols Les 4
Tempo en ritme
Hoe snel, hoe regelmatig, en wanneer is een ritme een verwijzing?
Na deze les tel je een pols met je adem en met de klok, onderscheid je acht kwaliteiten van tempo en ritme met de vierslag, leg je het tempo naast Hitte en Koude met de kracht erbij, weet je wat training, medicatie, koorts, schildklier en koffie aan het tempo veranderen, en verwijs je elke onregelmatige pols eerst voor een ECG.
Uit het hoofd
- Tellen. Vier tot vijf slagen per eigen ademhaling is normaal, ongeveer 60 tot 90 per minuut. Tel ook met de klok: een halve minuut maal twee, en een hele minuut zodra het ritme hapert; ezelsbrug: adem en klok, twee horloges.
- Slow en rapid. Slow (traag): minder dan vier per ademhaling, onder 60; Koude, met kracht vol, zonder kracht Yang-leegte. Rapid (snel): meer dan vijf, boven 90; Hitte, met kracht vol, dun en zonder kracht leeg; ezelsbrug: het tempo zegt hoe warm, de kracht zegt vol of leeg.
- Moderate, hurried, moving. Moderate (rustig): vier per ademhaling, soepel; gezond, slap bij Vocht of Milt-leegte. Hurried (jagend): zeven tot acht, rond 120 of meer; extreme Hitte of instorting. Moving (bewegend): kort, glad, snel, een trillende boon op guan; schrik en pijn.
- Drie polsen die stoppen. Hasty (overhaast): snel, stopt op onvoorspelbare momenten. Knotted (geknoopt): traag, stopt op onvoorspelbare momenten. Intermittent (onderbroken): stopt op een vaste maat, met een lange pauze; ezelsbrug: snel struikelen, traag haperen, op de maat stilstaan.
- De ECG-regel. Elke pols die stopt of onregelmatig onregelmatig is, gaat eerst naar de huisarts voor een ECG. Pas daarna een TCM-naam.
- Eerst de context. Training en bètablokkers vertragen. Koorts (ruim acht slagen per graad), een te snelle schildklier, bloedverlies, spanning en inspanning versnellen; ezelsbrug: eerst wat het lichaam doet, dan Hitte of Koude.
- Rode vlaggen. In rust 120 of meer, of onder 50 met duizeligheid of flauwvallen: dezelfde dag. Met pijn op de borst, benauwdheid of flauwvallen: 112. Snel en zwak na bloedverlies: spoed.
De rest van deze les is naslag.
Drie oefenvragen uit deze les
Je ademt rustig, ongeveer 15 keer per minuut, en telt vijf slagen per ademhaling. Rond welk tempo zit de pols?
- Rond 75 per minuut
- Rond 50 per minuut
- Rond 110 per minuut
Antwoord: Rond 75 per minuut. Vijf maal vijftien is 75: een normaal tempo. Bij een snellere eigen adem zou hetzelfde getal per ademhaling hoger uitkomen; daarom tel je ook met de klok.
Waarom tel je een haperende pols een hele minuut?
- Omdat je in een halve minuut de pauzes en de maat mist
- Omdat de pols pas na een halve minuut op gang komt
- Omdat je dan ook de diepte en de kracht beter voelt
Antwoord: Omdat je in een halve minuut de pauzes en de maat mist. Bij een onregelmatige pols is een halve minuut maal twee te grof; tel ook hoe vaak een slag wegvalt en of dat op een vaste maat gebeurt.
Bij een 19-jarige versnelt de pols bij inademen en vertraagt hij bij uitademen; er valt nooit een slag weg. Wat is het?
- De gewone ademhalingsschommeling
- Knotted: traag haperen bij uitademen
- Hasty: snel struikelen bij inademen
Antwoord: De gewone ademhalingsschommeling. Knotted en hasty stoppen echt. Een tempo dat met de adem meegolft zonder pauze is normaal, vooral bij jonge mensen.
De rest van deze les
In de cursus volgen de uitleg in stappen met getekende tongen en polsgolven, 18 oefenvragen met casussen, 21 flashcards met gespreide herhaling, de valkuilen, de brug naar de fysiologie en de beeldtrainer. Deze les hoort bij module 2: Pols.