Alle lessen Module 5: Verdieping Les 3
Kinderen en ouderen
Hoe lees je tong en pols bij een kind en bij een oudere, en wat is daar normaal dat bij een volwassene zou opvallen?
Na deze les lees je bij een kind onder de drie jaar de vingerader (plek, kleur, diepte en lengte door de drie poorten), voel je bij een ouder kind de pols met één vinger en leg je het tempo naast de leeftijd, ken je de tong van een kind en de melk die geen beslag is, weet je wat vaten, leeftijd, medicatie en een kunstgebit aan tong en pols van een oudere veranderen, en herken je de rode vlaggen bij een kind met koorts en een oudere die achteruitgaat.
Uit het hoofd
- De vingerader, onder de drie jaar. Duimzijde van de wijsvinger, in goed licht; duw zacht een paar keer van de top naar de handpalm. Drie poorten vanaf de handpalm: Wind (eerste kootje), Qi (tweede), Leven (derde); ezelsbrug: hoe verder naar de top, hoe ernstiger.
- De vingerader lezen. Oppervlakkig zichtbaar: buiten; verborgen: binnen. Helderrood: Wind-Koude van buiten; paarsrood: Hitte; blauw: Wind, schrik of pijn; paarszwart: stase, ernstig; bleek: leegte. Bleek en dun is leeg, donker, dik en stroef is vol; ezelsbrug: waar, welke kleur, hoe vol, hoe ver.
- De normale vingerader. Lichtrood met wat geel of paars erdoor, nauwelijks zichtbaar, niet voorbij de Windpoort.
- De kinderpols. Vanaf drie jaar met één vinger, meestal de duim, over de drie posities; lees vooral oppervlakkig of diep, snel of traag, met of zonder kracht. Sneller is normaal: een zuigeling zeven tot acht slagen per ademhaling van de behandelaar, een kleuter rond zes; huilen en bewegen versnellen.
- De tong van een kind. Lichtrood, teer, vochtig, dun beslag dat makkelijk loslaat; geschilde plekjes komen vaker voor. Wit dat je wegveegt is melk; wit dat blijft, met rood eronder, is spruw. Dik kleverig beslag met een opgezette buik: voedselstagnatie.
- Ouderen. De pols is vaker iets harder en gespannener, en zwakker; de tong vaker droog en gebarsten. Weeg het naast de leeftijd en de medicatie. Een onregelmatige pols: ECG. Een droge tong bewijst geen uitdroging.
- Rode vlaggen. Kind: jonger dan drie maanden met koorts, suf of niet wekbaar, vlekjes die niet wegdrukken, kreunen of snel en moeizaam ademen, uitdroging, koorts vijf dagen of langer met rode ogen en lippen. Oudere: plots verward, koud en suf, gevallen, een onregelmatige pols met klachten.
De rest van deze les is naslag.
Drie oefenvragen uit deze les
Casus. Baby van tien weken, sinds vanmiddag 38,4 graden; ze drinkt iets minder dan anders.
- Direct de huisarts bellen
- Eerst de vingerader lezen, dan beslissen
- Morgen de huisarts als het blijft
Antwoord: Direct de huisarts bellen. Bij een baby jonger dan drie maanden is 38 graden of meer altijd een reden om direct de huisarts te bellen. Een jonge baby laat weinig tekens van een ernstige infectie zien.
Casus. Meisje van achttien maanden met 39 graden, slaperig en moeilijk wakker te krijgen. Op haar benen staan een paar paarse vlekjes die niet wegdrukken onder een glas.
- Meteen 112 bellen
- Eerst de vingerader lezen, dan de huisarts bellen
- Hitte in de Ying: thuis behandelen
Antwoord: Meteen 112 bellen. Sufheid en vlekjes die niet wegdrukken bij koorts zijn een meningokokkensepsis tot het tegendeel bewezen is. Dat is 112; de vingerader lees je hier niet.
Casus. Jongen van twee jaar, anderhalve dag 38,8 graden, heldere loopneus, niezen, zweet niet. Hij drinkt, plast en speelt tussendoor. De vingerader is helderrood, goed zichtbaar, en loopt alleen in de Windpoort.
- Buiten, Wind-Koude, nog licht
- Binnen, Hitte, al dieper
- Leegte van de Milt, al weken
Antwoord: Buiten, Wind-Koude, nog licht. Oppervlakkig is buiten, helderrood is Wind-Koude in de Chinese leerboeken, en alleen in de Windpoort is licht. De klachten passen erbij. Hitte binnen geeft een paarsrode, diepere ader; leegte een bleke, dunne.
De rest van deze les
In de cursus volgen de uitleg in stappen met getekende tongen en polsgolven, 18 oefenvragen met casussen, 19 flashcards met gespreide herhaling, de valkuilen, de brug naar de fysiologie en de beeldtrainer. Deze les hoort bij module 5: Verdieping.