TCM Campus

Alle lessen   Module 1: Tong   Les 1

Module 1   Les 1   Wang She

Kijken als een behandelaar

Wat laat de tong zien, en hoe kijk je zo dat een collega hetzelfde ziet?

Na deze les weet je wat het tonglichaam en het beslag elk laten zien en hoe snel ze veranderen, kijk je in zeven vaste blikken plus de onderkant, werk je volgens een kijkprotocol dat licht, tijdstip en kleuring uitschakelt, schrijf je een tongverslag dat een collega kan nazien, ken je alle rode vlaggen van de tong, en weet je wat de tong niet kan.

wortel, achter in de mond punt, naar je toe 5 Beslag dikte, kleur, wortel, soort 6 Vocht nat, licht vochtig, droog 2 Vorm omvang, randen, lengte 4 Tekens scheuren, puntjes, vlekken 1 Kleur van het lichaam, door het beslag heen 7 Zone punt, midden, zijkanten, wortel 3 Beweging stil, trillend, scheef, stijf + Onderkant de twee venen 1 tot 4: de spier 5 en 6: wat erop ligt; 7: waar
Schematisch. De zeven blikken in de volgorde van deze cursus: eerst de spier (1 tot 4), dan wat erop ligt (5 en 6), dan waar het zit (7), en als laatste de onderkant. Elke blik heeft een eigen les in deze module: kleur les 2, vorm en beweging les 3, tekens en onderkant les 4, beslag les 5, vocht les 6, zone les 7.

Uit het hoofd

  • Lichaam en beslag. Het lichaam (de spier) toont Qi, Bloed, Yin en Yang en verandert in weken; het beslag toont het pathogeen en de Maag en verandert in dagen; ezelsbrug: het lichaam is de bodem, het beslag het mos erop (tai, 苔, is mos).
  • Zeven blikken, vaste volgorde. Kleur, vorm, beweging, tekens, beslag, vocht, zone; daarna de onderkant; ezelsbrug: eerst de spier, dan wat erop ligt, dan waar, dan eronder.
  • De normale tong. Lichtrood, soepel, niet te dik en niet te dun, stil, licht vochtig, met een dun wit beslag dat vastzit; ezelsbrug: lichtrood met een dun wit laagje.
  • Kijkprotocol. Daglicht; niet vlak na eten, drinken, roken of poetsen; vraag wat er in de mond is geweest; ontspannen en plat uitsteken, kort, en liever twee of drie keer dan één keer lang.
  • Het tongverslag. Per blik één regel in vaste woorden, met de omstandigheden erbij; schrijf ook "geen"; de duiding komt op een eigen regel, na de beschrijving.
  • Wat de tong niet kan. Een kenmerk is geen patroon; een normale tong sluit niets uit; de tong weegt naast pols en anamnese, nooit alleen.
  • Rode vlaggen. 112: plots opgezette tong of lippen met slik- of ademnood; een scheve of stijve tong met spraak- of krachtverlies; een blauwe tong met benauwdheid. Huisarts of tandarts: een zweertje of plekje dat na drie weken niet weg is.

De rest van deze les is naslag.

Drie oefenvragen uit deze les

Welk deel van de tong toont vooral de toestand van Qi, Bloed, Yin en Yang, en verandert in weken?
  1. Het tonglichaam, de spier
  2. Het beslag, het laagje erop
  3. Het vocht op het oppervlak

Antwoord: Het tonglichaam, de spier. Het lichaam (de spier) is de bodem: het toont de substanties en verandert traag. Het beslag toont het pathogeen en de Maag en verandert in dagen.

Welk deel van de tong is de beste maat om een acute ziekte van dag tot dag te volgen?
  1. Het beslag
  2. De kleur van het lichaam
  3. De onderkant

Antwoord: Het beslag. Het beslag verandert in dagen en volgt het pathogeen. De kleur van het lichaam verschuift pas na weken.

In welke volgorde lees je een tong in deze cursus?
  1. Kleur, vorm, beweging, tekens, beslag, vocht, zone, dan de onderkant
  2. Beslag, zone, kleur, en de rest pas als er iets opvalt
  3. Zone, onderkant, beslag, kleur

Antwoord: Kleur, vorm, beweging, tekens, beslag, vocht, zone, dan de onderkant. Eerst de spier (kleur, vorm, beweging, tekens), dan wat erop ligt (beslag, vocht), dan waar (zone), dan eronder. Een vaste volgorde voorkomt dat je alleen ziet wat opvalt.

De rest van deze les

In de cursus volgen de uitleg in stappen met getekende tongen en polsgolven, 16 oefenvragen met casussen, 17 flashcards met gespreide herhaling, de valkuilen, de brug naar de fysiologie en de beeldtrainer. Deze les hoort bij module 1: Tong.