TCM Campus

Alle lessen   Module 1: Tong   Les 5

Module 1   Les 5   She Tai

Het beslag

Wat vertelt het beslag over de Maag en over het pathogeen?

Na deze les lees je het beslag langs vijf assen (dikte, kleur, wortel, kwaliteit, verdeling), gebruik je dun wit als nulmeting, stel je met kijken en zo nodig licht schrapen vast of het beslag geworteld is, scheid je kleverig van korrelig, duid je geschild beslag, een landkaarttong en beslag op één helft, en herken je wat er op de tong ligt maar geen beslag is.

1
Schematisch: dun wit, geworteld. Normaal.
2
Schematisch: dik wit. Koude, of een pathogeen dat dieper zit.
3
Schematisch: dik wit kleverig. Vocht of Slijm met Koude.
4
Schematisch: dun geel. Hitte, licht of beginnend.
5
Schematisch: dik geel kleverig. Vocht-Hitte of Slijm-Hitte.
6
Schematisch: dik donkergeel, droog. Hitte die het vocht verbruikt.
7
Schematisch: dik, geel, los en korrelig in het midden. Voedsel dat blijft liggen, met Maag-Hitte.
8
Schematisch: zonder wortel, als gestrooid. De Maag-Qi raakt op.
9
Schematisch: geschild in het midden. Maag-Yin-leegte.
10
Schematisch: landkaart. Kale plekken met een witte rand.

Uit het hoofd

  • Vijf assen. Dikte, kleur, wortel, kwaliteit, verdeling; ezelsbrug: hoeveel, welke kleur, vast of los, hoe het aanvoelt, waar het ligt.
  • Dikte. Schijnt de spier erdoorheen, dan is het dun. Geen beslag: Maag-Qi of Yin raakt op. Dun: normaal, of een begin. Dik: een pathogeen, sterker en dieper.
  • Kleur. Wit: Koude, of normaal als het dun is. Geel: Hitte, hoe donkerder hoe heter. Grijs of zwart: extreem, nat is Koude en droog is Hitte; eerst kleuring nagaan.
  • Wortel. Geworteld: groeit uit de tong en laat niet los; de Maag-Qi werkt. Zonder wortel: ligt erop en schraapt weg; Maag-Qi en Yin raken op; ezelsbrug: vast, los, kaal, spiegel: vier stappen naar een lege Maag.
  • Kwaliteit. Kleverig: vast, fijn en glanzend: Vocht of Slijm. Los en korrelig: grof, als kwark, veegt weg: voedsel dat blijft liggen, met Maag-Hitte.
  • Verdeling. Voorin: Bovenste Warmer, begin van een buitenpatroon. Midden: Milt en Maag. Wortel: Onderste Warmer. Eén helft: Shaoyang, of Lever en Galblaas. Geschild in het midden: Maag-Yin; op de wortel: Nier-Yin.
  • Wat geen beslag is. Afveegbare witte plekjes met een rode bodem: spruw. Wit of rood dat niet afveegt en blijft: tandarts of huisarts. Zwart en harig: middelen en roken. Gekleurd: vraag wat er in de mond is geweest.

De rest van deze les is naslag.

Drie oefenvragen uit deze les

Langs welke vijf assen lees je het beslag?
  1. Dikte, kleur, wortel, kwaliteit, verdeling
  2. Kleur, vorm, beweging, tekens, zone en onderkant
  3. Dikte, kleur, vocht, pols, anamnese

Antwoord: Dikte, kleur, wortel, kwaliteit, verdeling. Hoeveel, welke kleur, vast of los, hoe het aanvoelt, en waar het ligt. Vocht van de tong is een eigen blik (les 6).

Een dik geel beslag dat vastzit, tegenover een dun wit beslag dat erop ligt als gestrooid. Welke is gunstiger voor de Maag?
  1. Het dikke, gewortelde beslag
  2. Het dunne beslag zonder wortel
  3. Ze zijn even gunstig

Antwoord: Het dikke, gewortelde beslag. Geworteld betekent dat de Maag-Qi nog werkt, ook als er een pathogeen ligt. Zonder wortel raakt de Maag zelf uitgeput.

Casus. Vrouw van 82, al maanden ziek en uitgeput, eet nauwelijks. Haar beslag laat bij licht schrapen meteen los; eronder is de tong glad en rood.
  1. Maag-Qi en Yin raken op: een ernstig teken
  2. Het pathogeen is weg: de tong wordt schoon en herstelt
  3. Een normale tong voor haar leeftijd

Antwoord: Maag-Qi en Yin raken op: een ernstig teken. Zonder wortel, met een gladde rode tong eronder: de Maag maakt geen beslag meer. Bij een uitgeputte oudere is dat ernstig; afstemmen met de arts.

De rest van deze les

In de cursus volgen de uitleg in stappen met getekende tongen en polsgolven, 17 oefenvragen met casussen, 21 flashcards met gespreide herhaling, de valkuilen, de brug naar de fysiologie en de beeldtrainer. Deze les hoort bij module 1: Tong.