TCM Campus

Alle lessen   Module 4: Per orgaan   Les 9

Module 4   Les 9   Jian Bing

Gecombineerde patronen

Hoe lees je tong en pols als twee patronen tegelijk spelen, en hoe zie je welke kant voorop staat?

Na deze les weet je op welke drie plekken tong en pols een tweede patroon laten zien (lichaam tegen beslag, zone tegen zone, positie tegen positie), weeg je welke kant voorop staat, ken je de tong en de pols van de zes combinaties die het vaakst voorkomen met hun buren, weet je welke combinaties eerst medisch zijn, en lees je een beeld met twee lagen van bevinding tot principe.

1 Lichaam en beslag wortel punt lichaam: de grond, weken beslag: wat erop ligt, dagen 2 Zone tegen zone wortel punt wortel: Nier punt: Hart 3 Positie tegen positie links rechts cun Hart guan wiry chi Nier cun Long guan zwak chi Nier Lever duwt, Milt geeft toe De grond (wortel, ben) lichaam, kracht bij diepe druk, chi traag, vaak een leegte Wat erop ligt (tak, biao) beslag, vorm van de pols, de klacht van nu snel, vaak een volte acuut weegt de tak zwaarder, chronisch de grond; vaak behandel je beide
Schematisch. Blauw is leegte, rood en geel volte. De drie plekken in de volgorde waarin je ze leest: eerst het lichaam tegen het beslag, dan de zones van de tong (module 1, les 7), dan de posities van de pols (module 2, les 6). De balk onderaan is de weegregel van stap 4.

Uit het hoofd

  • Drie plekken voor twee patronen. Lichaam tegen beslag (de grond en wat erop ligt), zone tegen zone (punt, zijkanten, midden, wortel), positie tegen positie (links tegen rechts, cun tegen chi); ezelsbrug: eronder en erop, hier en daar, links en rechts.
  • Welke kant voorop. Het lichaam en de kracht bij diepe druk tonen de grond (traag, vaak leegte); het beslag en de vorm van de pols tonen wat erop ligt (snel, vaak volte); acuut weegt de tak, chronisch de grond, en vaak behandel je beide; ezelsbrug: de klacht noemt de tak, het lichaam en de diepe pols noemen de wortel.
  • Lever overheerst Milt. Tong normaal of iets rode zijkanten, soms tandafdrukken en een wit of kleverig beslag; pols wiry op links guan, zwak op rechts guan; ezelsbrug: links de snaar, rechts de zachte.
  • Hart en Nier niet in harmonie. Rood met een rodere punt, weinig of geen beslag; pols thin en rapid, beide chi zwak; ezelsbrug: de punt brandt, de wortel droogt.
  • Twee Yin-leegtes. Lever en Nier, Long en Nier: rood met weinig of geen beslag, thin-rapid of floating-empty. De tong scheidt ze niet; de klacht en de positie wel: droge ogen en links guan, of droge hoest en rechts cun.
  • Twee leegtes van Qi of Bloed. Milt en Long: bleek met tandafdrukken, zwak op rechts cun en guan. Hart en Milt: bleek, soms tandafdrukken, choppy of thin, rechts guan zwak. De Nier ontvangt de Qi niet: bleek, deep en weak, chi het zwakst.
  • Rode vlaggen. Kortademig in rust of bij plat liggen met dikke enkels; hartkloppingen met flauwvallen of pijn op de borst; bloed ophoesten, of hoesten met nachtzweten en afvallen; bloed of zwarte ontlasting en afvallen bij een stressbuik: eerst medisch.

De rest van deze les is naslag.

Drie oefenvragen uit deze les

Casus. Vrouw van 44. Bij spanning krampende buikpijn met aandrang, daarna dunne ontlasting; ook zonder spanning moe na het eten. Tong bijna normaal met iets rode zijkanten, tandafdrukken en een dun wit, wat kleverig beslag. Pols: links guan strak als een snaar, rechts guan zacht en zwak.
  1. Lever overheerst Milt: links de snaar, rechts de zachte
  2. Lever-Qi-stagnatie: de buikpijn komt bij spanning
  3. Milt-Qi-leegte: moe na het eten, met tandafdrukken

Antwoord: Lever overheerst Milt: links de snaar, rechts de zachte. De snaar op links guan en de rodere zijkanten zijn de Lever; de zwakke rechter guan, de tandafdrukken en de moeheid na het eten zijn de Milt. Twee patronen, elk op een eigen plek: Lever-Qi-stagnatie verklaart de zwakke rechter guan niet, Milt-Qi-leegte de koppeling aan spanning en de snaar niet.

Casus. Man van 52. Doorslapen lukt niet, veel dromen, 's nachts hartkloppingen en nachtzweten, zeurende onderrug, oorsuizen. Tong rood met een rodere punt en weinig beslag. Pols dun en snel, beide chi zwak.
  1. Hart en Nier niet in harmonie: rodere punt, zwakke chi
  2. Hart-Vuur: de rodere punt en de onrust in de nacht
  3. Hart-Bloed-leegte: veel dromen en 's nachts hartkloppingen

Antwoord: Hart en Nier niet in harmonie: rodere punt, zwakke chi. De rodere punt en de slaap wijzen het Hart; het kale beslag, de zwakke chi, de onderrug en de oren de Nier-Yin. Hart-Vuur heeft een geel beslag en een volle pols; Hart-Bloed-leegte een bleke tong.

Casus. Man van 49, onrustig, slaapt slecht, mondzweertjes, dorst, donkere branderige urine; geen klachten van rug of oren. Tong rood, punt roder, geel beslag. Pols vol en snel, links cun opspringend.
  1. Hart-Vuur
  2. Hart en Nier niet in harmonie
  3. Nier-Yin-leegte

Antwoord: Hart-Vuur. Geel beslag en een volle pols maken het Volle Hitte. Bij Hart en Nier niet in harmonie ontbreekt het beslag, is de pols dun en zijn de chi zwak.

De rest van deze les

In de cursus volgen de uitleg in stappen met getekende tongen en polsgolven, 17 oefenvragen met casussen, 17 flashcards met gespreide herhaling, de valkuilen, de brug naar de fysiologie en de beeldtrainer. Deze les hoort bij module 4: Per orgaan.