Alle lessen Module 2: Pols Les 1
De pols voelen: plek, diepte en techniek
Waar leg je je vingers, hoe diep druk je, en hoe voelt een gezonde pols?
Na deze les leg je uit waarom de pols aan de pols wordt gevoeld, vind je de drie posities en pas je je greep aan de arm aan, ken je de twee gangbare kaarten van de organen, werk je met drie niveaus en drie bewegingen volgens een vast protocol, herken je de kenmerken van een gezonde pols en de varianten van het vat, en weet je welke bevindingen eerst naar de arts gaan.
Polsverslag
| Diepte | op alle drie de niveaus, het voltst in het midden |
|---|---|
| Tempo | circa 70 per minuut (normaal) |
| Ritme | regelmatig |
| Breedte | normaal |
| Lengte | over de drie posities |
| Kracht | duwt rustig terug |
| Gladheid | soepel en gelijkmatig |
| Spanning | soepel |
Uit het hoofd
- Waarom de pols. Op de cun kou, het Long-kanaal bij de pols, komen alle vaten samen (Nan Jing 1), en daar toont zich de Maag-Qi die alle organen voedt (Su Wen 11); ezelsbrug: één slagader, het hele lichaam.
- De greep. Middelvinger eerst op guan, naast het uitstekende bot aan de duimzijde; wijsvinger op cun, naar de hand toe; ringvinger op chi. Vingertoppen op één lijn, voelen met het kussen; verder uit elkaar bij een lange arm; ezelsbrug: middel op het bot, de rest volgt.
- Drie posities. Cun: boven het middenrif. Guan: middenrif tot navel. Chi: navel tot voeten (Nan Jing 18). In elke kaart links Hart, Lever, Nier en rechts Long, Milt, Nier (Ming Men); de Fu schuiven per kaart.
- Drie niveaus, vijf dieptes. Licht, middel, diep; in bonen 3 Long, 6 Hart, 9 Milt, 12 Lever, tot het bot Nier (Nan Jing 5). Het diepe niveau vind je door te drukken tot de pols verdwijnt en los te laten tot hij net terugkomt.
- Drie bewegingen. Liften (ju), zoeken (xun), drukken (an); eerst drie vingers samen (zong an), dan elk apart (dan an); per kant minstens vijftig slagen of een minuut; ezelsbrug: licht, zoek, diep; samen, apart; vijftig.
- De gezonde pols. Shen: soepel, met kracht, regelmatig. Maag-Qi: rustig en gelijkmatig, 4 tot 5 slagen per eigen ademhaling, ongeveer 60 tot 90 per minuut. Wortel: op chi voelbaar bij diepe druk.
- Rode vlaggen. Pols aan één kant zwakker of weg: bloeddruk aan beide armen, bij 10 mmHg verschil of meer naar de huisarts. Koude, bleke, pijnlijke of dove hand zonder pols: 112. Onregelmatig onregelmatig: ECG. Snel in rust met pijn op de borst, benauwdheid of flauwvallen: 112.
De rest van deze les is naslag.
Drie oefenvragen uit deze les
Een collega vraagt waarom je de pols bij de pols voelt en niet aan de hals. Welke twee klassieke redenen geef je?
- Daar komen alle vaten samen, en daar toont zich de Maag-Qi
- Daar ligt de Nier het dichtst onder de huid, en daar opent het Hart
- Daar is de pols het snelst, en daar voel je de Lever het best
Antwoord: Daar komen alle vaten samen, en daar toont zich de Maag-Qi. De cun kou ligt op het Long-kanaal: daar komen alle vaten samen (Nan Jing 1). De Maag voedt de Zang en haar Qi verschijnt aan de pols (Su Wen 11).
Casus. Je voelt bij een lange man met lange armen; je drie vingers liggen dicht tegen elkaar. Wat gaat er mis?
- Je mist de posities: spreid je vingers naar de armlengte
- Niets: de afstand tussen de vingers doet er niet toe
- Je voelt te kort: per kant zijn vijftig slagen nodig
Antwoord: Je mist de posities: spreid je vingers naar de armlengte. De posities schalen mee met de arm: verder uit elkaar bij een lange arm, dichter bij elkaar bij een korte. Met de vingers dicht bijeen mis je chi of voel je naast cun.
Waarom ontlast je de middelvinger een fractie als je met drie vingers gelijk drukt?
- Het bot onder guan laat die positie sterker lijken
- Omdat guan de minst belangrijke van de drie posities is
- Omdat de middelvinger een eigen stevige pols heeft
Antwoord: Het bot onder guan laat die positie sterker lijken. Onder guan ligt het uitstekende bot; daar duw je de slagader makkelijker tegen een harde bodem, zodat guan sterker lijkt dan hij is. Een eigen stevige pols heeft de duim, niet de middelvinger.
De rest van deze les
In de cursus volgen de uitleg in stappen met getekende tongen en polsgolven, 17 oefenvragen met casussen, 19 flashcards met gespreide herhaling, de valkuilen, de brug naar de fysiologie en de beeldtrainer. Deze les hoort bij module 2: Pols.