TCM Campus

Alle lessen   Module 4: Per orgaan   Les 8

Module 4   Les 8   Liu Yin

De pathogene factoren

Een pols die drijft, een beslag dat in een paar dagen geel wordt, een tong die trilt of opdroogt: welk klimaat lees je, komt het van buiten of van binnen, en hoe diep zit het al?

Na deze les lees je de zes klimaten (Wind, Koude, Zomerhitte, Vocht, Droogte en Vuur) op de tong en aan de pols, scheid je de vorm van buiten van de vorm van binnen, volg je één klimaat van acuut naar chronisch, ken je de pols bij een acute ziekte in zijn varianten, weet je welke tongen en polsen eerst naar de arts moeten, en lees je een zomergriep van bevinding tot principe.

Wind-Koude
Schematisch: Wind-Koude. Vrijwel normaal, dun wit beslag.
Wind-Hitte
Schematisch: Wind-Hitte. Rode punt en zijkanten, dun geelachtig beslag.
Wind-Water
Schematisch: Wind-Water. Dun wit, glad en vochtig beslag.
Droogte
Schematisch: warme Droogte van buiten. Droog, dun beslag, rode punt.
Zomerhitte
Schematisch: Zomerhitte. Rood, droog, dun geel.
met Vocht
Schematisch: Zomerhitte met Vocht. Rood, kleverig beslag.
Hitte wekt Wind
Schematisch: Extreme Hitte wekt Wind. Dieprood, droog, dun geel beslag, trillend.
Yang wordt Wind
Schematisch: Lever-Yang wordt Wind. Rood, rodere zijkanten, scheef.
Lege Wind
Schematisch: Lege Wind uit Bloed-leegte. Bleek, dun, trillend.
Volle Koude
Schematisch: Volle Koude binnen. Dik wit beslag.
Vocht-Hitte
Schematisch: Vocht-Hitte. Rood, kleverig geel.
Vuur
Schematisch: Vuur. Dieprood, rode puntjes, droog donkergeel beslag.

Uit het hoofd

  • Buiten of binnen. Buiten: acuut, rillen of afkeer van kou, het lichaam van de tong nog bijna normaal, een dun beslag; de pols floating. Binnen: het lichaam verandert, het beslag wordt dik of verdwijnt; de pols drijft niet meer; ezelsbrug: buiten verandert het beslag, binnen het lichaam.
  • Wind van buiten. Wind-Koude: vrijwel normaal, dun wit; floating, tight. Wind-Hitte: rode punt of zijkanten, dun wit tot geel; floating, rapid. Wind-Water: dun wit, glad; floating, leerboek slippery; ezelsbrug: Koude knijpt de pols strak, Hitte jaagt hem op.
  • Wind van binnen. Extreme Hitte: dieprood, droog; wiry, rapid. Lever-Yang: rood of de lege wortel, trillend of scheef; wiry. Lege Wind: bleek en dun (Bloed) of dieprood en kaal (Yin); thin; ezelsbrug: Wind beweegt de tong en trekt de pols strak.
  • Koude. Vol: dik wit; deep, tight, vaak slow. Leeg: bleek, nat, gezwollen; deep, weak, slow; ezelsbrug: Volle Koude knijpt, Lege Koude zakt weg.
  • Zomerhitte en Vocht. Zomerhitte: rood, droog; rapid, overflowing zolang er kracht is, empty als het vocht wegvloeit. Met Vocht: rood, kleverig; soggy, rapid. Vocht-Koude: kleverig wit; slippery, slow. Vocht-Hitte: rood, kleverig geel; slippery, rapid; ezelsbrug: Vocht plakt aan de tong en maakt de pols glad of week.
  • Droogte en Vuur. Droogte van buiten: droog, dun beslag; floating. Van binnen: droog, scheurtjes, beslag nog aanwezig; thin. Vuur: dieper rood, droog geel tot bruin; rapid, full of overflowing. Lege Hitte: rood zonder beslag; thin-rapid; ezelsbrug: Droogte barst, Vuur verschroeit.
  • Rode vlaggen. Koorts met nekstijfheid, sufheid of vlekjes die niet wegdrukken; heet en verward na hitte; plotse uitval of stuipen; benauwdheid; een harde buik: 112. Koorts langer dan drie dagen: huisarts.

De rest van deze les is naslag.

Drie oefenvragen uit deze les

Wat verandert er bij een klimaat van buiten het eerst op de tong?
  1. Het beslag, terwijl het lichaam gelijk blijft
  2. De kleur van het hele lichaam, al op de eerste dag
  3. De onderkant: de venen eronder worden vol

Antwoord: Het beslag, terwijl het lichaam gelijk blijft. Het beslag verandert in dagen en het lichaam blijft bijna normaal; het lichaam verandert pas als het pathogeen naar binnen trekt. Daarom is de tong bij een verkoudheid vaak nog bijna normaal.

Casus. Man van 28, sinds vanochtend rillerig, spierpijn, stijve nek, verstopte neus met helder snot, geen zweet, nauwelijks koorts. Tong vrijwel normaal met dun wit beslag; pols oppervlakkig en strak. Welke vorm?
  1. Wind-Koude
  2. Wind-Hitte
  3. Volle Koude binnen

Antwoord: Wind-Koude. Rillen voorop, geen zweet, een drijvende strakke pols bij een tong die nog niet veranderd is: Koude aan de buitenkant.

Casus. Vrouw van 24, sinds gisteren keelpijn, koorts 38,5, dorst, licht zweten, wat rillerig. Ze slikt goed en is niet benauwd. Tong met rode punt en rode zijkanten, dun geelachtig beslag; pols oppervlakkig en snel. Welke vorm?
  1. Wind-Hitte
  2. Wind-Koude
  3. Volle Hitte binnen

Antwoord: Wind-Hitte. Koorts voorop, keelpijn en dorst, alleen de randen rood en een drijvende snelle pols. Bij Volle Hitte binnen is het hele lichaam rood en drijft de pols niet meer.

De rest van deze les

In de cursus volgen de uitleg in stappen met getekende tongen en polsgolven, 17 oefenvragen met casussen, 16 flashcards met gespreide herhaling, de valkuilen, de brug naar de fysiologie en de beeldtrainer. Deze les hoort bij module 4: Per orgaan.