TCM Campus

Alle lessen   Module 5: Verdieping   Les 7

Module 5   Les 7   Fu Zhen

Casuïstiek: een beeld in de tijd

Hoe veranderen tong en pols als het beter of slechter gaat, en wat stel je dan bij?

Na deze les weet je welk kenmerk snel en welk traag verandert, lees je een verloop als gunstig, ongunstig of "let op", herken je een verandering die niet bij het verloop past en dus eerst medisch is, vergelijk je consulten eerlijk, en stel je per consult principe en nadruk bij. Zes cliënten, drie of vier consulten, elk met een getekende tong en pols.

uren dagen weken maanden zelden tempo en ritme van de pols beslag kracht en vorm van de pols kleur van het tonglichaam vorm, zwelling, tandafdrukken wortel van de pols scheuren, aanleg rood: het eerst gemaskeerd (koffie, middelen, sport); groen: de meter van de eerste weken; blauw: de meter van de maanden
Schematisch, geen meting. Lichaam in weken, beslag in dagen: leerboek, zoals in module 1, les 1 en 6. Pols als toestand van nu: module 3, les 1. Scheuren als aanleg: module 1, les 4. Hoe snel de wortel terugkomt, is een schatting van deze cursus.

Uit het hoofd

  • Snel en traag. Tempo en beslag veranderen in dagen; kracht en vorm van de pols in dagen tot weken; kleur en vorm van het lichaam in weken; scheuren nauwelijks; ezelsbrug: het beslag is het weer, het lichaam het klimaat, de scheuren het landschap.
  • Gunstig. Beslag van dik naar dun en geworteld, van geel naar wit; een pols die rustiger en soepeler wordt en zijn wortel terugkrijgt; het lichaam volgt weken later; ezelsbrug: eerst het weer, dan het klimaat.
  • Ongunstig. Beslag dat plots wegvalt, van dun naar dik gaat of van wit naar geel; een pols die sneller en dunner wordt of zijn wortel verliest.
  • Past het niet bij het verloop? Een verandering die geen patroon verklaart (snel en onrustig met afvallen, nieuw onregelmatig, nieuw traag met duizeligheid, afvallen, nachtzweten): eerst medisch.
  • Vergelijk gelijk met gelijk. Zelfde tijdstip, licht, vóór eten en koffie, dezelfde fase van de cyclus, en de middelen erbij; ezelsbrug: zelfde licht, zelfde uur, zelfde fase.
  • Stel bij. Tak weg: nadruk naar de wortel. Nieuwe tak: eerst de tak. Na enkele weken niets veranderd: herzie het patroon, zoek een masker of een vlag.
  • Beter is niet altijd de behandeling. Het natuurlijke beloop, het seizoen en een eerste meting die toevallig extreem was, veranderen ook; schrijf op wat er nog meer veranderde.

De rest van deze les is naslag.

Drie oefenvragen uit deze les

Welke twee kenmerken veranderen het snelst?
  1. Het tempo van de pols en het beslag
  2. De kleur van het lichaam en de scheuren
  3. De wortel van de pols en de tandafdrukken

Antwoord: Het tempo van de pols en het beslag. Tempo en beslag draaien in uren tot dagen. Het lichaam volgt in weken; scheuren zijn vaak aanleg.

Welk verloop van het beslag is gunstig?
  1. Van dik naar dun, en geworteld
  2. Van dun naar dik
  3. Van dik naar ineens helemaal weg

Antwoord: Van dik naar dun, en geworteld. Dunner worden met behoud van de wortel betekent dat het pathogeen terugtrekt en de Maag-Qi standhoudt. Plots weg is ongunstig.

Wat is de beste reden om consulten op hetzelfde tijdstip, vóór de koffie en bij hetzelfde licht te doen?
  1. Zodat een verschil van de cliënt komt en niet van de omstandigheden
  2. Omdat de pols 's middags door eten niet meer te voelen is
  3. Omdat tong en pols 's ochtends het duidelijkst afwijken

Antwoord: Zodat een verschil van de cliënt komt en niet van de omstandigheden. Licht, eten, koffie en tijdstip veranderen de snelle klokken. Alleen gelijk tegen gelijk laat een echt verloop zien.

De rest van deze les

In de cursus volgen de uitleg in stappen met getekende tongen en polsgolven, 16 oefenvragen met casussen, 14 flashcards met gespreide herhaling, de valkuilen, de brug naar de fysiologie en de beeldtrainer. Deze les hoort bij module 5: Verdieping.