Alle lessen Module 2: Pols Les 5
Breedte, lengte, stroming en spanning
Hoe voel je dun, breed, lang, kort, glad, ruw, strak en gedraaid?
Na deze les beschrijf je de vorm van een pols langs vier assen, onderscheid je negen kwaliteiten met de vierslag, scheid je de zeven lastigste paren met één greep per paar, weet je wat een gladde pols wel en niet over een zwangerschap zegt, en lees je een strakke pols bij hoofdpijn als snaar of als touw.
Uit het hoofd
- Vier assen. Breedte (minute, thin, overflowing), lengte (short, long), stroming (choppy, slippery), spanning (wiry, tight); ezelsbrug: hoe dik, hoe lang, hoe het loopt, hoe strak.
- Thin en minute. Thin (dun): een draad, maar duidelijk en blijvend; Bloed- of Yin-leegte. Minute (miniem): uiterst dun en zacht, er en niet er; ernstige uitputting van Qi en Yang; ezelsbrug: een draad tegenover een spinnenweb.
- Overflowing. Overflowing (overvol): groot en breed, vooral boven; komt krachtig op en zakt zacht weg; Volle Hitte; ezelsbrug: komt als vloed, gaat als eb.
- Long en short. Long (lang): voorbij de drie posities; soepel gezond, strak bij Hitte, volte of een stijgende Lever-Yang. Short (kort): haalt cun of chi niet, vooral guan; met kracht Qi-stagnatie, zonder kracht Qi-leegte.
- Slippery en choppy. Slippery (glad): rond en rollend; Vocht, Slijm, voedsel, Hitte, en zwangerschap. Choppy (ruw): hortend en ongelijk; Bloed-leegte of Bloedstase; ezelsbrug: parels of schuurpapier.
- Wiry en tight. Wiry (gespannen): recht, lang, strak, een gitaarsnaar; Lever en Galblaas, pijn. Tight (strak): gedraaid touw dat zijwaarts tegen de vinger springt; Koude en pijn; ezelsbrug: de snaar ligt stil, het touw springt.
- Rode vlaggen. Een gladde, wat snellere pols bij een vrouw: eerst een zwangerschapstest. Overflowing met hoge koorts en sufheid of nekstijfheid: 112. Minute bij een zieke cliënt: spoed. Plotse barstende hoofdpijn, wat de pols ook doet: 112.
De rest van deze les is naslag.
Drie oefenvragen uit deze les
Een smalle pols die je op elke laag duidelijk blijft voelen en makkelijk kunt tellen. Welke kwaliteit?
- Thin
- Minute
- Weak
Antwoord: Thin. Thin is een heldere draad. Minute is zo vaag dat je hem kwijtraakt; weak ligt diep en is zacht.
Zo dun en zacht dat hij bij iets meer druk wegvalt; je twijfelt of je hem voelt. Welke kwaliteit?
- Minute
- Thin
- Soggy
Antwoord: Minute. Minute: er en niet er, op elke laag. Soggy is ook zacht, maar ligt alleen boven en is daar duidelijk.
Waarin verschilt overflowing van full?
- Overflowing ebt na de aanloop zacht weg; full blijft duwen
- Overflowing is dun en rollend; full is breed en duwt terug
- Overflowing is traag en diep; full is snel en boven
Antwoord: Overflowing ebt na de aanloop zacht weg; full blijft duwen. Vloed en eb tegenover een volle slang: overflowing zit vooral boven, komt krachtig en gaat zacht; full duwt op elke laag terug.
De rest van deze les
In de cursus volgen de uitleg in stappen met getekende tongen en polsgolven, 17 oefenvragen met casussen, 21 flashcards met gespreide herhaling, de valkuilen, de brug naar de fysiologie en de beeldtrainer. Deze les hoort bij module 2: Pols.