TCM Campus

Alle lessen   Module 4: Diagnostiek   Les 8

Module 4   Les 8   Mai Xiang

Pols 2: de 28 kwaliteiten

Hoe onderscheid je 28 polsen met drie vingers, en welke lijken zo op elkaar dat je ze verwart?

Na deze les beschrijf je een pols in acht kenmerken, ken je de 28 kwaliteiten in zes families, weet je per kwaliteit hoe ze voelt, wat ze betekent en waarmee je haar verwart, herken je de drie onregelmatige polsen als reden voor een ECG, en weet je welke kwaliteiten betrouwbaar te voelen zijn.

acht kenmerken diepte tempo ritme breedte lengte kracht gladheid spanning Oppervlakkig 浮脉类 floating 浮 oppervlakkig overflowing 洪 overvol soggy 濡 week scattered 散 verstrooid hollow 芤 lege stengel leather 革 trommelvel Diep 沉脉类 deep 沉 diep hidden 伏 verborgen weak 弱 zwak firm 牢 vast Leeg 虚脉类 empty 虚 leeg thin 细 dun minute 微 miniem intermittent 代 onderbroken short 短 kort Traag 迟脉类 slow 迟 traag moderate 缓 rustig choppy 涩 ruw knotted 结 geknoopt Snel 数脉类 rapid 数 snel hurried 疾 jagend hasty 促 overhaast moving 动 bewegend Vol 实脉类 full 实 vol slippery 滑 glad tight 紧 strak long 长 lang wiry 弦 gespannen
Leerboek: de Chinese standaardindeling in acht kenmerken en zes families; elke kwaliteit staat in de familie van haar meest opvallende kenmerk. Maciocia ordent en telt mogelijk anders (stap 5); controleer op p. 380 tot 388. Schematisch.

Uit het hoofd

  • Acht kenmerken. Diepte, tempo, ritme, breedte, lengte, kracht, gladheid, spanning; ezelsbrug: waar, hoe snel, hoe regelmatig, hoe groot, hoe sterk, hoe het stroomt.
  • Boven en diep. Boven: floating, overflowing, soggy, scattered, hollow, leather. Diep: deep, hidden, weak, firm; ezelsbrug: boven drijven er zes, diep liggen er vier.
  • Traag en snel. Traag: slow, moderate, choppy, knotted. Snel: rapid, hurried, hasty, moving; ezelsbrug: elk tempo heeft een knoop of een haast.
  • Leeg en vol. Leeg: empty, thin, minute, intermittent, short. Vol: full, slippery, tight, long, wiry.
  • De drie onregelmatige. Hasty: snel, stopt onregelmatig. Knotted: traag, stopt onregelmatig. Intermittent: stopt op vaste momenten, met een lange pauze; ezelsbrug: haast, knoop, pauze.
  • De lastigste paren. Wiry (strakke snaar) tegenover tight (gedraaid touw); soggy (zacht boven) tegenover weak (zacht diep); hollow (lege stengel) tegenover leather (trommelvel); thin (duidelijke draad) tegenover minute (bijna weg).
  • Rode vlaggen. Elke onregelmatige pols: ECG. Hurried, rond 120 of meer in rust: dezelfde dag naar de huisarts. Hollow na bloedverlies, of minute, scattered of hidden bij een zieke cliënt: spoed.

De rest van deze les is naslag.

Pols 2: de 28 kwaliteiten: Hoe onderscheid je 28 polsen met drie vingers, en welke lijken zo op elkaar dat je ze verwart?
Het schema als afbeelding, om te bewaren of te delen

Drie oefenvragen uit deze les

Oppervlakkig en breed, zacht; de rand voel je, het midden is leeg, als de stengel van een lente-ui.
  1. Hollow
  2. Leather
  3. Soggy

Antwoord: Hollow. Hollow: na groot verlies van Bloed of vocht. Leather heeft een harde rand, soggy is dun zonder leeg midden.

Oppervlakkig, hard en strak, slaat tegen de vinger; diep is niets.
  1. Floating
  2. Leather
  3. Hollow

Antwoord: Leather. Leather, het trommelvel: verlies van Essentie of Bloed. Hollow heeft een zachte rand; floating is niet hard en verdwijnt diep niet, hij wordt alleen zwakker.

Strak, en springt een beetje zijwaarts tegen de vinger, als een gedraaid touw.
  1. Long
  2. Wiry
  3. Tight

Antwoord: Tight. Tight: Koude, pijn, voedselretentie. Wiry is recht en lang en springt niet.

De rest van deze les

In de cursus volgen de uitleg in stappen, 17 oefenvragen met casussen, 38 flashcards met gespreide herhaling, de valkuilen en de brug naar de fysiologie met bewijsklassen. Deze les hoort bij module 4: Diagnostiek.