TCM Campus

Alle lessen   Module 1: Fundamenten   Les 19

Module 1   Les 19   Niveau 2, mechanismen

Mechanismen

Langs welke weg kan een naald iets doen, in welk model is dat gezien, en wat bewijst die weg niet?

Na deze les plaats je elke mechanismestudie op een niveau en in een model, en zeg je wat Liu 2021 wel en niet aantoont. Geen boekpagina's: de bron is de literatuur in de les.

Context verwachting, ritueel, relatie mens Kaptchuk, Bingel Supraspinaal rat, mens opioïden per frequentie (2 Hz, 100 Hz) Han DNIC: pijn elders remt, via de hersenstam Le Bars De Qi: limbische deactivatie (fMRI) Hui, Harris opstijgend afdalende remming Spinaal rat, muis dorsale hoorn: convergente neuronen geremd Le Bars segmentale reflex naar de sympathicus Liu 2020 afferenten Lokaal muis, mens, post-mortem adenosine via A1, alleen als je draait Goldman bindweefsel windt om de naald Langevin punten vaak op bindweefselvlakken Langevin, Yandow naald Autonoom en immuun muis: Torres-Rosas, Liu laag, diep, achterbeen: vagus naar bijniermerg, catecholamines omhoog, TNF en IL-6 omlaag hoog, buik: sympathicus naar milt; teken hangt af van het moment
Schematisch. Elk vak noemt zijn model; de kleur zegt niets over de effectgrootte bij mensen.

Uit het hoofd

  • De vijf niveaus, van onder naar boven. lokaal, spinaal, supraspinaal, autonoom en immuun, context; ezelsbrug: van prik naar persoon.
  • Lokaal. adenosine via A1, alleen bij draaien (Goldman 2010; muis, A); de naald windt bindweefsel op (Langevin 2001 en 2002; mens en rat, B); 80 procent van de armpunten op een bindweefselvlak, zonder basislijn (Langevin en Yandow 2002; post-mortem, B).
  • Spinaal en supraspinaal. 2 Hz geeft enkefaline, bèta-endorfine en endomorfine, 100 Hz dynorfine (Han; rat, en liquor bij mensen na TENS, B); pijn elders remt pijn via de hersenstam, DNIC, niet puntspecifiek (Le Bars 1979; rat, A); ezelsbrug: twee Hz, drie E's; honderd Hz, één D.
  • Hersenen bij mensen (B). De Qi geeft limbische deactivatie, scherpe pijn activatie (Hui 2000; fMRI, 13 gezonden); verum verhoogt de μ-opioïdreceptorbinding, sham niet (Harris 2009; PET).
  • Autonoom en immuun (muis, A). zacht en diep op het been: PROKR2-vezels, vagus, bijniermerg, dopamine, minder TNF en IL-6 (Torres-Rosas 2014, Liu 2021); hard op de buik: sympathicus naar de milt, vóór LPS remmend, ná LPS schadelijk (Liu 2020); ezelsbrug: zacht op het been kalmeert, hard op de buik jaagt op; wie opjaagt tijdens de brand, blaast het vuur aan.
  • Context. een eigen werkzaam deel: warme relatie 62 tegen 44 procent bij sham (Kaptchuk 2008; RCT); verwachting verdubbelt of schrapt remifentanil (Bingel 2011).
  • De letter en de grens. A zegt hoe het bewijs is verkregen, niet bij wie: schrijf "A (muis)"; B is indirect of associatief, C een analogie; niets hier toont meridianen aan of een klinisch groot effect bij mensen.

De rest van deze les is naslag.

Mechanismen: Langs welke weg kan een naald iets doen, in welk model is dat gezien, en wat bewijst die weg niet?
Het schema als afbeelding, om te bewaren of te delen

Drie oefenvragen uit deze les

Goldman 2010. Model en route?
  1. Rat; dynorfine in het ruggenmerg
  2. Mens; endogene opioïden via de hersenstam
  3. Muis; adenosine via A1-receptoren

Antwoord: Muis; adenosine via A1-receptoren. Muis, met adenosine rond het punt: die steeg circa 24 keer tijdens de sessie bij ST36, en zonder A1-receptor bleef de pijnremming uit. Opioïden en dynorfine horen bij andere studies (Han).

Bij Goldman bleef de pijnremming uit bij...
  1. muizen zonder A1-receptor, en een naald die niet gedraaid werd
  2. muizen na vagotomie, en een naald waar geen elektrische stroom op stond
  3. muizen die naloxon kregen, en een naald op een niet-punt

Antwoord: muizen zonder A1-receptor, en een naald die niet gedraaid werd. Insteken alleen was niet genoeg; draaien gaf de purines. Vagotomie en naloxon zijn in deze studie niet getest.

Wat liet Goldman níet zien?
  1. Dat het effect alleen aan dezelfde kant optreedt
  2. Dat juist de plek van het punt ertoe doet
  3. Dat adenosine tijdens de sessie circa 24 keer stijgt

Antwoord: Dat juist de plek van het punt ertoe doet. Er was geen niet-punt als vergelijking. ST36 werd gekozen omdat het in knaagdiermodellen gangbaar is; een prik elders in dezelfde spier is niet getest, en adenosine na weefselprikkeling is geen puntkenmerk. De stijging van adenosine en het effect aan dezelfde kant liet Goldman wel zien.

De rest van deze les

In de cursus volgen de uitleg in stappen, 16 oefenvragen met casussen, 18 flashcards met gespreide herhaling, de valkuilen en de brug naar de fysiologie met bewijsklassen. Deze les hoort bij module 1: Fundamenten.