Alle lessen Module 4: Diagnostiek Les 5
De 16 vragen, deel 1
Hoe vraag je pijn, eten, ontlasting, dorst, energie en het lichaam zo uit dat het antwoord een patroon scheidt?
Na deze les werk je vraag 1 tot 8 van de zestien uit met de doorvragen die het verschil maken, lees je pijn op karakter en op wat haar beïnvloedt, plaats je hoofdpijn op een kanaal (boek: meridiaan), weet je waarom moeheid niet altijd leegte is, en ken je de rode vlaggen per vraag.
Uit het hoofd
- Vraag 1 tot 8. Blok 1, klacht en stromen: pijn; voedsel en smaak; ontlasting en urine; dorst en drinken. Blok 2, het lichaam van top tot teen: vermoeidheid; hoofd, gezicht en lichaam; borst en buik; ledematen; ezelsbrug: eerst wat erin en eruit gaat, dan van top tot teen.
- Pijn: zes karakters. Opgezet en drukkend: Qi-stagnatie. Stekend, vast, 's nachts erger: Bloedstase. Zwaar: Vocht (boek: Damp). Brandend: Hitte. Krampend en beter van warmte: Koude. Dof en zeurend: leegte; ezelsbrug (later gezegde): wat niet stroomt, doet pijn; wat niet gevoed wordt, ook.
- Pijn: vier doorvragen. Druk: beter is leeg, erger is vol. Warmte of kou. Eten: beter is leeg, erger is vol. Beweging: beter van bewegen is stagnatie, beter van rust is leegte.
- Hoofdpijn per plek. Voorhoofd: Yangming (Maag). Slapen en zijkant: Shaoyang (Galblaas). Achterhoofd en nek: Taiyang (Blaas). Kruin: Jueyin (Lever); ezelsbrug: Yangming kijkt vooruit, Shaoyang opzij, Taiyang achterom, Jueyin zit bovenop.
- Smaak. Bitter: Hitte in Lever of Hart. Zoet en plakkerig: Milt, Vocht. Zuur: Lever en Maag, of voedselstagnatie. Zout: Nier. Geen smaak: Milt.
- Moeheid is niet altijd leegte. Erger na inspanning en beter van rust: leegte. Zwaar en 's ochtends erger: Vocht of Slijm. Beter van bewegen en afleiding, wisselend met de stemming: Lever-Qi-stagnatie (leerboek).
- Rode vlaggen deel 1. Pijn op de borst bij inspanning; een plotse, zeer hevige hoofdpijn; ongewild afvallen; bloed bij ontlasting, braken of urine; slikklachten; nachtelijke diarree; veel dorst met veel plassen; plots krachtverlies in arm of been.
De rest van deze les is naslag.

Drie oefenvragen uit deze les
Welke vier vragen vormen het eerste blok, klacht en stromen?
- Vermoeidheid; hoofd, gezicht en lichaam; borst en buik; ledematen
- Slaap; zweten; oren en ogen; kou en hitte
- Pijn; voedsel en smaak; ontlasting en urine; dorst en drinken
Antwoord: Pijn; voedsel en smaak; ontlasting en urine; dorst en drinken. Blok 1 gaat over de klacht en wat erin en eruit gaat; blok 2 is het lichaam van top tot teen; blok 3 nacht en regelaars (les 6).
Een opgezette, drukkende pijn in de flanken die met de stemming wisselt en beter wordt van bewegen.
- Qi-stagnatie
- Qi-leegte
- Bloedstase
Antwoord: Qi-stagnatie. Distensie die met de stemming wisselt en beter wordt van bewegen: de Qi zit vast (patroon 1).
Een vaste, stekende pijn op één plek die 's nachts erger is en geen druk verdraagt.
- Vocht
- Lege Hitte
- Bloedstase
Antwoord: Bloedstase. Vast, stekend, 's nachts erger, erger van druk: Bloedstase (patroon 18). Op de borst: eerst de arts.
De rest van deze les
In de cursus volgen de uitleg in stappen, 17 oefenvragen met casussen, 23 flashcards met gespreide herhaling, de valkuilen en de brug naar de fysiologie met bewijsklassen. Deze les hoort bij module 4: Diagnostiek.